Gisteren was een geluksdag. In de ochtend belde er een zorgmijdende dakloze 24 jarige marrokaanse jongen op waar ik al een jaar mee bezig ben om hem in een opvang te krijgen. Hij is veelal psychotisch en agressief en komt veel in aanraking met politie. Meestal lukt het niet om de impulsiviteit van een dakloos iemand te matchen met de bureaucratische wachtlijsten, maar gisteren werkte alle organisaties mee met als resultaat dat hij gelijk kon wonen in de voorziening waar ik werk. Hij blij, ik blij.

In de middag kwam er een goed uitziende ietwat gereserveerde afrikaanse man tegenover me staan en keek me zwijgend aan. Ken je mij nog? Ik herkende zijn gezicht wel, maar ik wist niet waarvan. Hij vertelde hoe dankbaar hij was voor de hulp die ik hem tien jaar geleden had geboden. Hij kon zich nog elk detail herinneren. Waar hij woonde, dat ik hem spirituele boeken had gegeven, dat ik hem met de auto had helpen verhuizen, etc. Schijnbaar had ik hem van de straat gehaald en in een woning gezet. In die tijd werkte ik als coordinator in de Bijlmer. Ik kon me het vaag herinneren. Ik kom vaker mensen tegen die me zo aanspreken in de stad. Hij vertelde me dat hij tot op de dag van vandaag elke dag aan me denkt. Ik zag aan zijn gezicht dat hij het meende. Dat raakte me diep, die serieusheid waarmee hij het vertelde. Het was voor hem en mij dan ook een belangrijke ontmoeting. Er werd iets afgerond.

Het maakte me meer dan normaal bewust van het feit dat wat ik als werk zie voor sommige mensen levensveranderende ervaringen zijn. Ik ben werkelijk elke dag dankbaar dat ik voor dit werk betaald krijg. De langdurige zorgzame relatie die wij hebben voor dakloze mensen in dit land is een goede kant van onze verzorgingsmaatschappij. Die zorg is gebureaucratiseerd waardoor je het amper voelt als belasting betalende burger. Maar geloof me we helpen met zijn allen duizenden dakloze mensen per jaar.

Het dagelijkse leven met werk, gezin en wonen lijkt eenvoudig, maar is enorm complex. Wanneer je intelligentie iets beneden het gemiddelde of je hebt een moeilijke jeugd gehad dan is het opbouwen van een simpel leven bijna niet te doen. Wanneer je je lichaamssensaties niet kunt reguleren, kun je je relaties niet reguleren en dan heb je dus geen steun in je leven en geen werk. Om te werken voor een baas in een systeem moet je heel wat kunnen reguleren in jezelf.