Het heet social distancing maar dat is het natuurlijk niet. De besmetting met het coronavirus wordt afgeremd – zeggen experts en waarom zouden we hen niet geloven? – doordat ons een pakket aan maatregelen is opgelegd: thuisblijven, 1,5 meter afstand houden, geen handen schudden, niet zoenen of huggen, niet met drommen tegelijk het strand op of de gemeentelijke vuilstort bezoeken en evenmin over anderen heen hangen om het laatste pak WC-papier uit het schap van de buurtsuper te grissen. Maar waarom heet dat sociale afstandneming? Het gaat toch overduidelijk over fysieke afstandneming.

Op mijn afdeling zijn we meer gaan koken voor de clienten om hun imuunsysteem wat te verhogen. Ze krijgen het dan in bakjes voor op de kamer. Er zijn elke week pakketjes met fruit en vitamine C. 

Sommige clienten vinden het moeilijk om die fysieke afstand te houden, ze zijn zo gewend aan het huggen en fysiek dichtbij zijn wat we normaal gesproken doen dat het een grote overgang is. Toch langzaam en zeker wordt het de norm en vinden we andere vormen en grappen om ermee om te gaan.

Voor mij is het leven met inconsequentie. Iedereen doet het anders, situaties zoals verhuizningen gaan ook door en het is simpelweg niet altijd mogelijk om die fysieke afstand in acht te houden. En dat is okay. Ik zoek het niet op en als het op me afkomt reageer ik in het moment.

In mijn prive is er veel contact met zoom en bellen. Ik ben nu aan het bedenken hoe we toch meer sociale omgang kunnen hebben nu alle dagbestedingsplekken en famile van clienten wegvallen. De eenzaamheid ligt op de loer.