Positief werk en leefklimaat is een manier van werken waarbij je twee keer per jaar meet hoe het werk en leefklimaat is en daarop anticipeert.

Het is geen methodiek of gestructureerde manier van werken. Je moet als team zelf bepalen hoe je het inhoudelijk vorm geeft.

Deze manier van werken komt voort uit het werken met jongeren in jeugddetentie. Deze jongeren hebben over het algemeen een moeilijke jeugd gehad en ervaren bijvoorbeeld hechtingsproblematiek en moeite met autoriteit. Deze jongere doelgroep zien we steeds meer in de maatschappelijke opvang. 

Het blijkt dat deze jongeren het meest leerbaar zijn in een omgeving waarin ze ervaren dat ze gesteund worden, er zo weinig mogelijk repressie is, de sfeer goed is en ze het gevoel hebben dat ze groeien. Dit zijn dan ook de vier pijlers die gemeten worden. Vanzelfsprekend moet het personeel dit ook ervaren, anders kun je het niet doorgeven aan je bewoners of clienten. 

Zo zal een in zijn jeugd beschadigde jongere een neutrale blik van een hulpverlener al snel als boos of kritisch beoordeeld worden. Hier kun je als hulpverlener rekening mee houden door iets vaker te lachen of in contact te gaan.

De kern is het doen van onderzoek bij personeel en cliënten op vier pijlers;

1. ondersteuning

Voelt iemand zich ondersteunt door het personeel of leiding. Kan iemand zich ontwikkelen in zijn of haar autonomie.

Afgelopen maanden heb ik een jongen ondersteund die uit een psychiatrische kliniek is gekomen en niet zelf kon bepalen waar zijn lijden vandaan komt; bijwerkingen van zijn medicijnen, gebrek aan vaderliefde, zijn persoonlijkheid of gebrek aan kennis. We hebben veel wandelingen gemaakt waarbij ik veel luisterde en hem terug gaf wat ik hoorde. Op een gegeven moment vroeg hij wat zou jij voor een advies geven aan een jongen van mijn leeftijd? We kregen een sterke band gedurende deze weken. Inmiddels woont hij zelfstandig en kon hij met terugwerkende kracht zien wat deze wandelingen hem hebben gebracht. Hij was enorm dankbaar voor deze moeilijke tijd.

2. sfeer

Een goede sfeer leidt naar ontspanning en is een basis voor groei. Wanneer er een goede sfeer heerst is er vertrouwen en een positief gevoel.

Op een gegeven moment scoorden we een 6 op sfeer. Dat is op een schaal van 1-10 niet erg goed. We hebben als team en een groepje bewoners gekeken wat er nodig was. We kwamen uit op spelletjesavonden. Het was iets super simpels, maar dit heeft zoveel bijgedragen aan een gevoel van vriendschap en gelijkwaardigheid dat de volgende meting een 8 gaf op sfeer.

3. groei

Groei is het leren van nieuwe vaardigheden. Wanneer iemand groei ervaart is er zin in iemands leven en neemt de autonomie in de wereld toe. Het gevoel over zichzelf wordt sterker.

De eerste metingen die we hadden wezen uit dat de cliënten weinig groei ervaarde. Dat is iets wat wij vreemd vonden, omdat de helft van de afdeling een eigen woning had gekregen en wij zagen hen groeien. Uiteindelijk zijn we de groei die wij zien meer gaan benoemen naar cliënten, waardoor het voor hen zelf ook zichtbaarder werd. Het bleek dat de meeste van binnen een zelfsaboterend mechanisme hadden waarin al het positieve werd overschaduwd.

4. (geen) repressie

Wanneer er regels worden gemaakt op basis van angst of vergelding vanuit de hulpverlening ontstaat er een voortdurende strijd met de bewoners.  Het ontstaan van repressie komt vooral voort in het werken met doelgroepen die geneigt zijn om over persoonlijke grenzen te gaan. Wanneer iemand voortdurend over zijn of haar grens laat gaan ontstaat er vroeg of laat een harde reactie naar de buitenwereld. Dit geldt voor de bewoner en de hulpverlener. De kunst is om duidelijk te zijn met goede bedoelingen.

We hebben als afdeling veel lopen stoeien met dit fenomeen. Hoe hou je een minimum aan regels en repressie en ben je toch duidelijk en laat je niet over je heen lopen. We hebben heel lang gedacht dat het betekende geen regels hebben, maar dat bleek niet zo te zijn. Repressie verwijst voornamelijk naar de kwaadaardigheid die in regels kunnen gaan zitten, wanneer je bijvoorbeeld vanuit pijn een regel bedenkt als straf. Het is iets anders wanneer een regel een pedagogische interventie is waarmee je iemand iets wil leren. Toen we het onderscheid begrepen konden we bijvoorbeeld veel beter omgaan met het harddrugs gebruik. Het is namelijk duidelijk om een grens te stellen vanuit een visie en wanneer die grens overtreden wordt er een sanctie aan te verbinden. We hebben als visie; we willen een middelen vrije voorziening zijn en wanneer jij gebruikt dan moet je met ons in gesprek daarover en je gedrag vroeg of laat veranderen. Doe je dat niet dan nemen we afscheid. Dat is geen repressie, wel duidelijkheid. We hebben met bewoners ons harddrugsbeleid opgesteld. Zo vertelden zei ons, dat als we mensen willen helpen met het verminderen of stoppen van hard drugs gebruik we ook af en toe een klootzak moeten durven zijn en iemand fors straffen of familie betrekken (schaamte).

Elk half jaar of elk jaar worden de onderzoeksresultaten op deze pijlers in heldere grafieken en woorden verwerkt en gedeeld met de groep. Op basis van de resultaten kun je praktische acties ondernemen om de scores voor een volgend onderzoek te verhogen.

Zo scoorde het werklimaat op een gegeven moment laag. Met een teamdag bleek dit vooral de veiligheid te betreffen rondom agressieve incidenten. We hebben toe de hele bezetting op een dag en avond verhoogd. Dat heeft de sfeer enorm verhoogd.

Op mijn afdeling coordineer ik deze onderzoeken en het verwerken van de resultaten. Inmiddels kan ik dat allemaal zelfstandig doen zonder hulp van de Hogeschool Leiden. Ze hebben mij daarin twee jaar goed begeleid.