Vanuit de gesprekken en intervisies die ik heb met ambulante werkers komt vooral de machteloosheid naar voren. Het vele online werken, het vele thuiszitten en het weinig zien van de cliënten en collega’s is praktisch gezien niet ingewikkeld, maar geeft toch een gevoel van machteloosheid.

De afwezigheid van werkelijk contact is een bron van machteloosheid

Dit is een nieuwe soort werkdruk. Het ligt niet in het vele werk, maar in het werken zonder live contact. Dit is vooral bij de ambulante werkers, omdat in de 24 uurs voorzieningen de contacten veelal doorgaan.

Alle praktische problemen zoals computers met niet werkende camera’s of de vele programma’s (zoom, teams, jitsi, whatsapp, etc.) die net iets anders werken zijn niet het probleem. Daar wordt makkelijk omheen gewerkt. Het lijkt vooral de machteloosheid te zijn van het geen invloed hebben op het werken de corona maatregelen en de dreiging van de ziekte zelf die in de onderstroom een moeilijk te grijpen werkdruk geven.

Wat ook mist is die hand op je schouder van een collega of bij een client die het lastig heeft. Dat is een gebrek aan voeding wat een gewone werkdag met fysiek contact in zich had.

Het herkennen en aanvaarden door de gehele organisatie en de clienten dat de totale kwaliteit van zorg iets minder is in deze lastige periode verlaagt de werkdruk

De enige manier lijkt te zijn om dit langzaam en zeker te aanvaarden en er over te spreken. Oplossen wat kan en laten zijn wat niet kan. Het vertaalt zich ook in een grotere behoefte aan steun van leidinggevenden. Het eenvoudigweg gezien en gehoord worden geeft al een vermindering van deze nieuwe vorm van werkdruk.