Er gebeurt veel in een TeamContact cirkel. Elke sessie is verschillend. Om een idee te geven waar de aandacht zich allemaal op kan richten zet ik een aantal structuren op een rijtje. In elk willekeurig contact gedurende de dag spelen al deze aspecten (bijvoorbeeld een vergadering).

Iedereen kent het wel de vergadering waar slechts een paar mensen aan het woord zijn en de anderen die zich terugtrekken en niets delen. Al die groepsprocessen op de werkvloer die nooit benoemd worden. Het wordt ons niet geleerd hoe je al deze aspecten op een prettige manier kunt openleggen. 

Waar het omgaat is dat je jezelf thuis voelt in jezelf en met anderen. Dt is een voortdurende gezamenlijke dans. TeamContact gaat er van uit dat iedereen een verlangen heeft aan contact, zichzelf uitspreken en harmonie.

De peilers zijn richtlijnen om in contact te zijn. Onderstaande elementen geven aan hoe complex contact is. In contact zijn er zoveel onderstromingen, wanneer je die in een vertraagde en veilige structuur onderzoekt krijg je meer grip op jouw aandeel in het groepsproces. Het gaat vooral over hoe je in contact met jezelf blijft en waar je niet meer meedoet in contact. Niet meedoen uit zich in vervelen, fysiek weggaan, overmatig rebelleren of juist aanpassen, etc.

De kunst is om in de groep je eigen mening en autonomie te behouden, zonder het contact te verliezen met de groep. Contact verliezen met de groep voelt als levensbedreigend, vandaar dat het zo spannend is.

Stappen.
1.context (tijdsduur, peilers)
2.contact met jezelf (meditatie)
3.contact met anderen (oefening)
4.dynamisch/open
5.sluiten
6.wat neem je mee (debrieving)

Niveaus.
1.informatie (algemene ideeen)
2.persoonlijk (persoonlijke geschiedenis, verhaal, etc.)
3.relational (in het NU)

Modus.
yin (ontvangen/luisteraar)
yang (zenden/spreken)

Kanalen.
Dit zijn alle verschillende aandachtspunten waarmee je bezig kunt zijn tijdens het proces. Meestal ben je er met een paar bezig en vergeet je de anderen. Er zijn er misschien meer.
1.wat (inhoud)= spiegelen, vragen
2,hoe (proces, toon, volume, gezichtsuitdrukking) = je lijkt..
3.waarom (nieuwsgierig, geloof, motivatie) = ik stel me voor, wat ik zie, ik neem waar
4.identitet (ik verplaats me in de ander, ik ben jou)

Het wat verandert vaak, de hoe verandert minder vaak. Aandacht bij hoe gaat iets dieper in de zin van bewegen in iemands wereld. Waarom iemand iets deelt is weer een laagje dieper. Waarom roept snel afweer, verdediging op.
——————————- voorgaande gaan voornamelijk over de spreker ——————–

5.onthulling (wat er met mij gebeurt in de cirkel of  wat er al in mij was)
6.verlangen (wat wil ik, wat wil de ander)
7.groep (wat doet de groep met mij, sfeer, regels, normen, afwezigheid leider)
8.expiriment (laat ik eens iets uitproberen, ander gedrag)
9.chronologie (cirkel stil leggen?, ik was er helemaal bij, waar drijf ik af en hoe kwam dat? wat is mijn verlangen eigenlijk, wat is er tot nu toe gebeurt?)