Het ervaren van autonomie is heel belangrijk voor mensen in het algemeen en cliënten in de zorg in het bijzonder. Het zorgsysteem heeft een onuitgesproken machtsstructuur in zich die de autonomie kan aantasten. Ik werk bijvoorbeeld in een 24 uurs voorziening met regels. Er zijn weinig regels, maar toch. Een manier om iemand autonomie te geven is laten wennen aan regels door fouten te mogen maken. Tijd geven om iemand zelf tot een verinnerlijking van bepaalde regels te laten komen. Een andere manier is het verlangen van clienten te volgen, ondanks dat je er niet van overtuigd bent dat hij/zij er klaar voor is. Wanneer er ruimte is om fouten te maken is er ook ruimte voor het uitbreiden van autonomie.

Voorbeeld 1.
Er was een cliënt op de binnenplaats aan het blowen. Dit is verboden, omdat er ook mensen wonen die niet mogen blowen van reclassering. Ik sprak hem aan en hij leek moeite te hebben om direct zijn joint uit te maken en te stoppen. Ik besloot om het nogmaals te benadrukken dat het een regel is en liep daarna weg om de druk niet te verhogen. Ik ken van mijn tien jarige dochter dat ik haar soms een paar minuten de tijd moet geven om aan een regel te kunnen voldoen (bv jas ophangen die op de grond ligt). Toen ik weg liep bij de cliënt en ik keek iets later achterom, zag ik dat hij zijn jointje uit maakte en naar zijn kamer ging. Nou ik mijn doel bereikt en hij heeft zijn eigen tempo kunnen aanhouden.

Voorbeeld 2.
In een eerdere blog schreef ik over een mevrouw die elke dag om een woning kwam vragen en ik haar elke dag weer aanhoorde en de tijd nam om haar verlangen te horen zonder het op te lossen. Inmiddels heeft ze een woning gekregen en begeleid ik haar verder. Als ik volgens een bepaalde manier naar autonomie kijk zou ze nog niet klaar zijn om zelfstandig te wonen. Ze heeft haar medicijnen nog niet in eigen beheer, ze heeft geen dagbesteding, ze is niet altijd even netjes, ze verplaatst op onze afdeling in de nacht steeds meubel wat overlast veroorzaakt. Toch heb ik haar wens gevolgd. Ze heeft zo’n verlangen om zelfstandig te zijn dat ze wilde verhuizen voordat er een koelkast, fornuis en bank was. Bij iemand anders zou ik nooit ingestemd hebben, maar ze wilde zo graag autonoom zijn dat ik het risoco heb genomen. Ik voelde elke dag angst in mijn lichaam wat te maken had met mijn bezorgdheid over haar capaciteiten. Nu na een week zie ik hoe blij ze is en hoe goed ze zorgt voor haar woning en medicatie inname. Ze verbaasd me enorm in positieve zin.

Voorbeeld 3.
Een andere client heeft het elke dag over het stoppen met bewindvoering. Hij had vier jaar geleden ongeveer dertigduizend euro schuld en de bewindvoerder en hij hebben het gereduceerd naar ongeveer drie honderd euro. Dat is knap. Nu wil hij weer autonoom zijn. Zijn bewindvoerder dit dit niet zitten. Dat is een voortdurend conflict. Ik weet het niet goed, omdat ik hem nauwelijks ken. Toch ga ik in overleg met hem en zijn bewindvoerder een brief aan de rechter schrijven om het bewind te stoppen. De bewindvoerder schrijft dan zijn mening en de rechter gaat dan beslissen. Dat is op dit moment de autonomie die ik de client kan geven.

Voorbeeld 4.
Elke zaterdag en woensdag gaat er een begeleider met cliënten mee boodschappen doen om te koken voor de groep. Clienten melden zich zelf aan om te koken. De begeleider begeleidt ook het koken in de keuken en het afwassen, omdat er een idee is dat het anders niet goed gaat. Ik denk de laatste tijd steeds meer over hoe het zou het geheel bij cliënten zelf te leggen. Geef ze een geldbedrag mee en laat ze alles zelf doen. We kunnen zo automatisch alles overnemen uit gemak of angst dat het verkeerd gat. En dan wat? Dan wordt er met een paar euros gesjoemeld, dan wordt het niet helemaal schoon, dan is het eten mislukt. Het is steeds weer risico nemen en rekening houden met zogenaamde fouten. Laat het maar eens misgaan en laten we van daaruit weer in gesprek gaan.

Voorbeeld 5.
Clienten die uit tbs of andere langdurige opsluiting komen gebruiken vaak agressieve taal en manipulerende opmerkingen om hun gevoel van autonomie in tact te houden. In een systeem waar je weinig kan en mag zijn dat nog de enige vormen van gedrag waarbij iemand zich autonoom voelt. Het is te overwegen om hier niet te snel op te straffen, maar een gewenningsperiode in laat gaan door het op deze manier te begrijpen.

Zo zijn er allerlei dingen te bedenken om mensen meer autonomie te geven binnen een gehospitaliseerde setting. De vraag is zijn wij bereidt als hulpverlener los te laten en om te gaan met de spanning daarvan?